Geiten in boom

Marokko

Marokko vlagMarokko is perfect geschikt voor een mooie fietsvakantie. Er is zo veel te zien, en het klimaat leent zich er over het algemeen prima voor. Voor ik vertrok had ik me weinig van het land voorgesteld en was het iets waar ik doorheen moest om in West Afrika te komen. De geweldige natuur, drie bergmassieven, enorm vriendelijke bevolking en lekker eten maken echter dat ik het een heerlijk land vind om door te fietsen.

Mijn route in Marokko:

kaart Marokko
Klik om te vergroten.
Stempel-marokko
Paspoort stempel

Visum Marokko: Bij aankomst grens. Geldig voor 90 dagen.

Beste reistijd Marokko: april – mei & augustus – september. In het voor- en najaar schommelen de temperaturen tussen de 20 en 25 graden. Echter is het land het gehele jaar wel goed te bereizen. In de zomermaanden kan het wel erg heet worden in de binnenlanden.

Reisadvies Marokko: Geen bijzonderheden. De grens met Algerije is gesloten. Bekijk het advies van buitenlandse zaken hier.

 

Dagboek: Nederland – Mali:

2010/09/12 Martil/ Tetouan – De camping waar ik sta heeft zijn beste tijd gehad, maar het functioneert nog allemaal en de medewerkers zijn vriendelijk genoeg. Ik wordt tijdens het inpakken van de tent uitgenodigd voor thee met zoete koekjes en de eigenaar en ik wisselen wat woorden uit in het Nederlands en Arabisch. Terwijl ik bij de camping wegfiets wordt mij nog een aantal keer een hartelijk ‘tot ziens’ nageroepen. Ik besluit vandaag tot een kort ritje. Nog geen 20 kilometer van Martil ligt Tetouan. De eerste Marrokaanse stad met een medina dus daar wil ik alle tijd voor nemen.
Tetouan ligt aan de voet van het Rif gebergte en stond van 1912 tot 1956 onder spaans gezag. Dit is terug te zien in de gebouwen rond het centrum. Ik fiets daar wat rond raak afgeleid door alle nieuwe indrukken om mij heen. Dat wordt meteen af gestraft want mijn achterwiel glijd de goot langs de weg in en mijn fiets kantelt opzij waarbij de lonely planet over de straat vliegt. De schade valt buiten een gedeukt ego gelukkig mee en nadat ik beschaamd mijn fiets overeind trek ga ik verder alsof er niets gebeurd is.
Op de rotonde in het centrum kom ik mijn nieuwe beste vriend, Mohammed tegen die me naar een hotel in de medina probeerd te praten. Ik heb mijn keuze echter al eerder gemaakt en wil naar pension Iberia die precies aan de andere kant van de rotonde blijkt te zijn. Mohammed wil me echter graag helpen, niet voor geld maar als vriend verteld hij me er meteen bij en de radartjes bij mij gaan lopen. Aan de andere kant vind ik het wel prima als blijkt dat ik de fiets en bagage 3 etages omhoog moet slepen via 6 trappen. Ik zeg niets als Mohammed de twee zware achtertassen uitkiest en loop vrolijk achter hem aan met de resterende tassen en de tent. Terwijl Mohammed bovenaan nat van het zweet even bij zit te komen haal ik ondertussen ook de fiets naarboven.
Als ik na een korte opfrisbeurt de stad in wil lopen is heel verassend Mohammed er ook weer en hij wil wel een stukje met me meelopen. Weer niet voor geld maar als beste vriend. Een eindje verder word ik de tapijtenwinkel van zijn familie binnengeloodst en worden er onafgebroken tapijten en kleden voor mij uitgerold. Mijn bezwaren worden weggewuifd, ze zijn trots op hun werk en ik hoef echt niets te kopen. Ik probeer het nog eens, maar dat resulteerd in een nieuwe laag kleden bovenop de anderen. De thee met verse munt die ik voorgezet krijg is echter wel lekker. Als de stortvloed aan steeds kleiner wordende kleedjes uiteindelijk ophoudt geef ik nog maar eens aan dat ik op de fiets op doorreis ben en lijken ze eindelijk te luisteren. Terwijl er een stel nieuwe slachtoffers wordt binnen geleid blaas ik snel de aftocht. Ik geef aan bij Mohammed dat ik de rest van de stad alleen wil bekijken en na zijn misgelopen provisie vraagt hij uiteindelijk niet om geld, want we zijn vrienden, maar wel om een fooi. Ik geen hem 15 dirham, al was het alleen maar voor het naarboven slepen van de tassen, maar hij wil liever 10 euro. Als ik hem duidelijk maak dat deze vriendschappelijke fooi alles is wat hij krijgt is het uiteindelijk weer prima en gaan we ieder onze eigen weg.
Eénmaal in de medina aangekomen blijft er van de spaanse invloed weinig over. Ik kom terecht in een labyrinth van smalle straatjes waar van alles te koop is. Verse fruitstalletjes worden afgewisseld door kledingshops en winkeltjes met verse kruiden. De slagerij heeft een verzameling koeientongen uitgestald. Het voelt aan alsof hier al in geen jaren iets veranderd is en al snel ben ik alle gevoel van richting kwijt. Dit is echter geen probleem want ik heb alle tijd en ik dwaal zo’n twee uur lang door de medina en stop uiteindelijk voor een kop zoete koffie. Na de koffie heb ik behoorlijke trek en ga op zoek naar een restaurant met lokale gerechten. Er was er al gewaarschuwd in de lonely planet dat Tetouan niet bekend stond om zijn geweldige keuken en na een half uur rondlopen neem ik uiteindelijk genoegen met een bord shoarma met rijst en salade.
Na het eten lukt het me in de invallende schemering verassend snel om de uitgang van de medina te vinden en ben ik al snel weer bij mijn hotel.

2010/09/13 Tetouan/ Chefchaouen – Vanochtend is Mohammed er niet om me te helpen en ik zeul in mijn eentje de fiets en de bagage de zes trappen af. Ik heb als doel Chefchaouen en rij al snel de stad uit. Ik vraag even na aan een taxi chauffeur of ik op de goede weg zit en hij komt me vervolgens achterna rijden om zeker te zijn dat ik de goede afslag neem. Terwijl ik langzaam het rifgebergte inklim lossen de donkere wolken van de afgelopen twee dagen langzaam op en komt het zonnetje weer voorzichtig tevoorschijn. Het hoogste punt vandaag ligt rond de 450 meter en door alle mensen, landschappen en leuke shops met aardewerk die ik onderweg tegenkom klim ik die bijna ongemerkt omhoog. Halverwege schiet ik in de remmen terwijl een eenzame fietser aan de andere kant dat ook doet. Het blijkt Francis te zijn. Een italiaan die aan het laatste stukje van zijn rondje door Marokko bezig is. Hij laat me zijn route zien en ik luister vol intresse naar zijn belevenissen. Helaas gaan we twee verschillende richtingen op dus zwaaien we elkaar na een minuut of 20 weer uit.
Na eerst weer een stuk afgedaald te zijn is het nog een forse klim naar Chefchaouen zelf. Ik weet de laatste 5 kilometer in ongeveer een uur af te leggen en bestel bij het eerste restaurant dat ik tegenkom 3 colaatjes. Het is vervolgens nog flink zoeken om in de medina te komen en uiteindelijk weet ik geholpen door twee jongens de fiets een trap op te slepen en binnen de muren te komen. Ik neem daar het eerste hotel dat ik tegenkom dat een aantal kamers rond een binnenpleintje met plantenbakken heeft liggen.
Ik heb toen ik deze reis begon te plannen Chefchaouen als één van de eerste te bezoeken plaatsen op mijn lijstje gezet. Schitterend gelegen aan de voet van een aantal hoge pieken in het Rif gebergte is het één van de mooiste steden van Marokko.
Na de installatie in het hotel kom ik al snel uit op Uta el-Hamman, het hoofdplein van de medina, waar het volzit met leuke restaurantjes. Ik probeer mijn eerste Tadjine tegenover de verlichte moskee. Ik besluit morgen een vrije dag te nemen. Er zijn wel dagen geweest dat ik een kleinere afstand heb gefietst, maar sinds Santiago heb ik nog elke dag op de fiets gezeten. Het word weer tijd en waar beter dan hier in Chefchaouen.

2010/09/14 Chefchaouen – De ochtend gaat ongemerkt voorbij terwijl ik uitslaap, de was doe en de papierwinkel uitzoek. Dan is het Chefchaouen in. En dat blijkt nog mooier te zijn dan wat ik me ervan had voorgesteld. Een wirwar van smalle blauw witte straatjes met kraampjes die van alles verkopen. De blauw witte verf is uniek voor een Marokkaanse medina en is begin deze eeuw geintroduceerd door de joodse inwoners die in 1494 uit Granada gevlucht waren. De medina zelf ik groot genoeg om uren in rond te dwalen, maar niet zo groot dat je geen idee meer hebt waar je bent. Een goed navigatiepunt blijken ook de hoge pieken van de rifbergen aan de zuidkant van de stad.
Er wordt mij om de zoveel tijd de beste kif aangeboden en ik zie regelmatig groepjes mannen met een joint en koppen thee in een kringetje zitten. Dat is op zich ook niet heel verwonderlijk als je bedenkt dat ruim drie kwart van de beschikbare landbouwgrond in het Rif gebergte wordt gebruikt om cannabis te verbouwen. Dat terwijl het illegaal is om cannabis te gebruiken of in het bezit te hebben. Die wet blijkt in deze stad echter niet te gelden en ook in de rest van het gebergte heeft de politie maar weinig invloed. Maar zelfs de drugsverkopers zijn hier vriendelijk en één keer ‘no thanks’ is gewoonlijk genoeg om weer rustig verder te wandelen.
Ik kom er vandaag ook achter dat er twee uur tijdsverschil is met Nederland. Ik dacht eerst één, later geen en nu weet ik dus dat het er twee zijn.

2010/09/15 Chefchaouen/ ergens na Ouazzane – Na nog een kleine klim Chefchaouen uit volgt de route grotendeels de loop van een nu uitgedroogde rivierbedding. Ik fiets dus op mijn gemak het Rif gebergte uit. De zon schijnt wel vollop en als ik aankom bij een restaurantje waar ik vier flesjes cola achter elkaar bestel en opdrink, maakt de ober een vreugdedansje van verbazing. Ik kom ook de hele dag lang langs stalletjes die meloenen verkopen en na een paar uur fietsen geef ik dan toch toe aan de drang om er één te kopen.
Meloenen zijn niet per se handig om mee te nemen op de fiets, ze zijn groot en ze wegen nogal wat. Ik doe dan ook mijn uiterste best om een mooi ovaal, niet te groot exemplaar uit de stapel te vissen. Na wat zoekwerk denk ik de ultieme meloen gevonden te hebben, maar als ik hem aan de verkoper aanreik gooit hij hem twee keer in de lucht en krijg ik te horen dat dit toch niet de perfecte meloen is. We graven vervolgens nu met zijn tweeen verder in de berg tot we een soortgelijk exemplaar vinden die het juiste plofgeluid maakt bij het omhooggooien. Ik krijg nog een halve meloen in de handen gedrukt om meteen op te eten, wat ik eigenlijk van plan was met mijn net aangeschafte versie. Maar die probeer ik dan maar met moeite in één van mijn achtertassen te drukken.
Ik kom halverwege de middag aan in Ouazzane. Een stoffige industrie stad waar ik tijdens het drinken van een colaatje word belaagd door de vliegen. Ik vind het toch al te vroeg om te stoppen en vlucht snel het stadje uit.
In de avondschemering zie ik een perfect plekje om buiten het zicht van de weg de tent op te zetten en drie keer raden wat er op het menu stond… Het had in ieder geval wat met meloenen te maken.

2010/09/16 Na Ouazzane/ Meknes – Nu ik weet hoe laat het echt is in Marokko zit ik om half zes al aan het ontbijt. Je raad het al.. Iets met meloenen.. Zes uur stap ik op de fiets en terwijl ik door de heuvels peddel stijgt het zonnetje gestaag naar de hemel en zie ik in de dorpjes onderweg langzaam het leven opgang komen. Het is een kilometer of 70 naar Meknes, maar er zijn een paar interresante stops onderweg.
Zo kom ik begin van de middag aan bij Volubilis. Hier bevinden zich temidden van vruchtbare landbouwgronden de ruines van een oude Romeinse stad. De stad is de best bewaarde argeologische vondst in Marokko en staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. Terwijl ik mijn fiets neerzet tussen de zeven tourbussen die er al staan komen er nog twee nieuwe aangereden.
Na de wandeling door wat er nog over is van de stad stap ik weer op de fiets. De parkeerwachter probeerd nog wat geld los te krijgen voor het parkeren van mijn fiets, maar als ik hem lachend op de schouders klop vragend ‘Parking ticket pour moi velo ????’ ziet ook hij wel in dat dat een beetje absurt is.
Ik rij door naar Moulay Idriss. Een heilige stad die op een mooie locatie tussen twee berghellingen ligt. Jarenlang was de stad verboden voor niet moslims, maar dat verbod is inmiddels opgeheven en is iedereen vrij om door de smalle steegjes van de binnenstad te dwalen.
Meknes ligt een kleine dertig kilometer verder en terwijl ik vermoeid de laatste helling oppeddel begint het te regen. Ik ben te moe om uitgebreid de slaapopties te bekijken en stop bij het eerste hotel dat ik zie. Dat blijkt met zo’n twintig euro wat aan de dure kant, maar ik kan wel een douche gebruiken en heb ook geen zin om in de regen naar iets anders te zoeken. ’s avonds komt er nog een hoosbui naar beneden en terwijl de bliksem mijn hotelkamer verlicht ben ik blij dat ik niet ergens buiten in mijn tentje zit.

2010/09/17 Meknes – Ik pak na het ontbijt mijn spullen in voor een ritje van een paar kilometer naar de medina van Meknes. Daar pak ik een hotelletje midden tussen de actie. Het ligt vlakbij Place el-Hedim, een groot plein dat uitkijkt op de enorme poort naar de koningsstad. Vroeger werd het plein gebruikt voor koninklijke aankondigingen en publieke executies. Tegenwoordig gaat het er wat milder aantoe en kun je op een terrasje naar de muzikanten op het plein kijken. Er is overal wel wat te zien. Een verkoper loopt voorbij terwijl hij op zijn houten toeters blaast en een stel kinderen probeerd pakjes kauwgom te verkopen aan de toeristen. In de verte klinkt getrommel wat het geheel compleet maakt.
Meknes is voor mij de eerste van de vier koningsteden en vanwege de nabijheid van het veel populairdere Fes grotendeels genegeerd door de grote toeristenstromen. Toch heeft het alles wat de bekende steden ook hebben. De smalle slingerende straatjes in de medina en grootse gebouwen van de vroegere sultan, Moulay Ismail. Een mooie inkomer dus.
De medina zelf ondergaat een metamorfose terwijl ik erin rond slenter. Bij binnenkomst bruist het er van het leven met alle soorten verkoopstalletjes, maar langzaamaan sluiten alle shops de deuren en wordt het stilletjes in de nauwe straatjes. Het is vandaag vrijdag en de dag dat iedere moslim ’s middags naar de moskee gaat. Na het bezoek aan de moskee hebben ze een vrije middag die gewoonlijk gebruikt wordt om met de familie couscous te eten en te relaxen. Terwijl ik nog steeds rondloop wordt ik uitgenodigd voor een bord couscous die prima smaakt na de wandeltocht door de binnenstad.
Nadat ik zelf volgens Marokkaanse traditie de rest van de middag wat lig te relaxen in het hotel, loop ik terug naar het grote plein voor een lichte hap. Ik blijf ongemerkt bijna twee uur zitten, kijkend naar de obers die verwoede pogingen doen om mensen het terras op te slepen. De schemering zet in en ik drink de ene kop munt thee na de andere.

2010/09/18 Meknes/ Meknes – Terwijl ik de stad uitfiets kom ik al snel Hicam tegen die een stuk dezelfde richting opfietst als mij. We raken aan de praat en op een gegeven moment word ik uitgenodigd voor de thee bij hem thuis. Ik heb dan net tien kilometer gefietst dus twijfel eerst nog even, maar al snel bedenk ik me dat ik deze tocht niet voor de kilometers maak maar juist om de verschillende culturen te beleven. Na een paar koppen thee is het inmiddels lunchtijd geworden en eet ik een hapje mee. Na de lunch gaan we op bezoek bij de opa en oma van Hicam, twee gerimpelde oudjes die alleen berbers spreken en ook hier wacht weer een heel thee ritueel. We rijden wat door de omgeving, wat voor de verandering wel eens lekker is zonder de bagage die ik eerder bij Hicam thuis heb achtergelaten.
De schemering begint al in te vallen als we weer terug komen bij het huis en dat maakt het te laat om nog verder te gaan naar Fes. De moeder des huizes had dat al begrepen en een slaapplek voor me gecreeerd in de woonkamer, waar het na een uitgebreide avondmaaltijd prima toeven is.

2010/09/19 Meknes/ Fes – Het kost wat moeite om weg te komen vanochtend. Na een goede nacht en een overdadig ontbijt is het afscheid nemen van de familie. Terwijl ieder bedankje wordt weggewuifd worden me nog twee pakketjes met koekjes toegeschoven. Hicam fietst de eerste kilometers nog met me mee maar gaat op een gegeven moment, net voordat ik me ongemakkelijk begin te voelen toch weer retour naar zijn dorp.
Het is een makkelijk ritje naar Fes, maar de weg is wel erg druk en het is goed oppassen met de kamikaze bussen die tussen de steden pendelen. Fes is de oudste van de vier koningsteden en de op drie na grootste stad van Marokko. De medina is een waar doolhof van straatjes en steegjes, waar je je zonder moeite in de middeleeuwen waant. De medina is ook het grootste autovrije stedelijk gebied ter wereld. Ezels zorgen voor het vervoer van zware spullen.
De vraag is niet of, maar wanneer je verdwaald en dat is één van de charmes van Fes. Ik heb al vrij snel na het binnenrijden van de medina een riad gevonden waar ik voor een schappelijk prijsje kan overnachten. (Riad, is de woning van een Marrokaanse familie die kamers verhuurt aan toeristen).

2010/09/20 Fes – Na een beroerde nacht zonder slaap door een kriebel in de keel die steeds voor hoestbuien zorgt ga ik opnieuw de stad in, maar het zal wel door de vermoeidheid komen dat ik al snel de mensenmassa’s zat ben er terug ga naar de riad. Ik heb in de pharmacie wel een hoestdrankje kunnen scoren en probeer wat bij te slapen. Ik zal de keelproblemen wel hebben overgehouden van de vaak pikzwarte roetwolken uitgestoten door langsrijdende (vracht) wagens op de drukke wegen van en naar Meknes en Fes. Roetfilters moeten hier nog uitgevonden worden.

2010/09/21 Fes – Ook deze nacht verloopt niet erg lekker en ik ben meer bezig met het rennen naar de douche dan dat ik aan slapen toekom. Tegen de tijd dat de ruim 40 minaretten van Fes aan hun oproep voor het gebed beginnen is het me wel gelukt om wat te slapen en ik voel me alweer een stuk beter. Ik haal wat ontbijt in de stad en blijf de rest van de dag in de kamer hangen. Naast een klein wasje en het plakken van het laatste gaatje in de achterband doe ik vandaag niets. ’s avonds ga ik er nog even uit om wat eten in te slaan en worden er terwijl ik mijn bestelling doe twee kippen een kopje kleiner gemaakt in het stalletje naast mij. Mijn zakje mandarijnen blijkt er gelukkig een stuk geweldlozer aan toe te gaan.

2010/09/22 Fes/ Ifrane – Ik vertrek vandaag de stad uit. Hoe verder ik van Fes verwijderd raak hoe rustiger het wordt op de weg en dat is gezien de uitlaatgassen letterlijk en figuurlijk een verademing. De medina van Fes is erg mooi en zeker een aanrader, de rest is maar een stoffige stinkende boel. Maar wat verwacht je anders bij een miljoenenstad in Afrika. Het is leuk om gezien te hebben en ik ben blij dat ik nu weer door het rustigere platteland fiets. Halverwege de dag stop ik bij een restaurant en bestel een marokkaanse salade met brood. Mijn maag blijkt dat goed aan te kunnen en terwijl ik daar twee uur zit te relaxen voel ik me sterker worden.
’s Middags stap ik weer op de fiets voor het laatste stuk naar Ifrane en bij iedere stop krijg ik wel iets aangeboden. Van appels tot gratis drankjes. Onderweg zie ik het landschap veranderen. Eerst komen er appel boomgaarden voorbij die overgaan in dennenbossen. Even later is er alleen nog maar kale rotsgrond te zien en weer later fiets ik weer tussen de met mos bedekte bomen. Ik denk dat ik ongemerkt aardig klim, want het voelt inmiddels ook frisser.
In Ifrane zoek ik de camping op die in de lonely planet staat, maar iedereen kijkt me aan alsof ik iets nieuws vertel. Ik besluit dus nog even door te fietsen. Op internet stond een camping tussen Ifrane en Azrou en hoop die dan voor het donker te bereiken.
Een tien kilometer verder kom ik er echter achter dat ik op een verkeerde weg zit. Blijkbaar heb ik in Ifrane terwijl ik zoekende naar de camping was het bord met de afslag gemist of stond het alleen in het arabisch aangegeven, wat ook nog mogelijk is. Azrou gaat niet meer lukken vandaag en ik zet de tent op in een stuk bos naast de weg. Terwijl ik mijn maaltje klaarmaak komen er twee honden rondsnuffelen, maar ze blijven gelukkig op veilige afstand. Ik verwacht er verder geen problemen meer van, maar leg wel wat stenen naast de tent.

2010/09/23 Ifrane/ Azrou – Na een prima start ben ik al snel terug in Ifrane waar ik bij een 3 sterren hotel een ontbijtje pak. Na Ifrane slaat echter al snel de vermoeidheid toe. Ik lijk alle energie kwijt te zijn en kom maar met moeite vooruit. Ik besluit dan ook de camping net voor Azrou op te zoeken, maar ga eerst even een tijdje langs de weg uitrusten. Dat tijdje bleek twee uur te zijn als ik op een gegeven moment wakker wordt tussen een kudde grazende schapen.
Ik fiets de laatste kilometers naar de camping en blijf daar de rest van de dag in de tent liggen bijkomen.

2010/09/24 Azrou – Rustdag in Azrou. Gelukkig heb ik nog een boek bij me en naast wat lezen gebeurd er niets vandaag.

2010/09/25 Azrou/ Ait-Oufella – Weer helemaal opgeladen ga ik weer op pad naar het zuiden. De campingeigenaar geeft aan dat het zo’n 15 kilometer sterk klimmen is en daarna golft de weg de bergen door richting Midelt. Ik doe het kalmpjes aan en stop om de 1,5 – 2 kilometer voor een korte pauze, een kleine snack en wat drinken. Na een tijdje begint dan het zweet weer op te drogen en voordat ik het koud krijg spring ik op de fiets. Zo kom ik langzaam maar zeker die eerste 15 kilometer door. Dan zit ik inmiddels midden in het Midden Atlas gebergte en zie ik langs de weg een bord staan met de hoogte 1965 meter. Hierna begint de weg inderdaad te golven en is het heerlijk fietsen. Ik wordt voor de eerste keer stilgehouden bij een politiecontrole, maar het blijkt alleen voor een praatje. Het paspoort kan in de tas blijven.
Langs de weg is inmiddels weinig meer te zien dan heuvels met wat gras en rotsblokken, maar dat maakt het meteen ook heel bijzonder. Af en toe komt er op de vlaktes een schaapsherder met zijn kudde langs en door de zo nu en dan, meestal luid toeterende auto’s die passeren weet ik ook nog een oogje op de weg te houden.
Onderweg kom ik een groot bord tegen met de tekst ‘Uw veiligheid is uw eigen verantwoordelijkheid’. Ik ga er maar vanuit dat dat op het weggebruik van toepassing is en niets te maken heeft met die kerels met grote geweren die ik af en toe langs de weg zie lopen. Tegen de avond begin ik te zoeken naar een plekje langs de weg tot ik opeens een auberge tegenkom van een berberse familie. Ik vraag of ik eerst de kamer kan zien en informeer naar de prijs. Die blijkt 200 Dirham te zijn en ondanks dat het een prima kamer is vind ik dat teveel. Ik bied aan om 100 Dirham te betalen en dat wordt zonder problemen geaccepteerd. Ik had er al een beetje tegenop gezien om in de kou de tent op te zetten, het begon al aardig af te koelen en wordt vannacht ongetwijfeld koud dus dit is een fijne uitkomst.
Als ik vraag of er wat te drinken beschikbaar is blijkt dat lastig. Cola of een andere frisdrank hebben ze niet. Er komt een fles rum uit de kast, wat mij nu wat te sterk is en ik vriendelijk afsla. Even later komt er opeens een tas met blikjes bier tevoorschijn wat wel een glimlach op mijn gezicht tovert. Ik neem er twee voor bij mijn nog te koken pasta maaltje. De eerste biertjes sinds ik Marokko in ben gekomen smaken me prima !

2010/09/26 Ait-Oufella/ Midelt – Het is koud als ik uit het hotel vertrek, erg koud. Eerst gaat een extra shirt aan en al snel volgt de jas. Pas dan is het weer een beetje aangenaam fietsen naar de hoogste pas van de tocht zover. Col du Zat doemt uit de dreigende wolken op op een hoogte van 2178 meter. Ik heb gisteren al heel veel geklommen en bereik de top eigenlijk zonder dat ik er erg in heb. Na het passeren van de col houdt het op met dreigen en begint het echt te regenen en slip ik langzaam aan een weg naar beneden de bergen uit.
Onderweg komt ook de verkoudheid die vanaf Meknes al een beetje aanmoddert in alle hevigheid naar boven en ik kan geen 100 meter fietsen zonder dat het water uit de neus loopt, ik een niesbui krijg, ik een hoestbui krijg, of een leuke combinatie van de 3.. Gelukkig wordt het halverwege de afdaling wel weer droog en fiets ik al snotterend de kilometers naar Midelt, terwijl langzaam aan de contouren van de hoge atlas zich steeds duidelijker aftekenen.
Midelt lijkt in een stuk niemandsland te liggen tussen de midden en hoge atlas bergen in. Het landschap ziet er droog en dor uit, maar biedt wel wat spectaculaire uitzichten. Midelt zelf is een plek waar de meeste toeristen gewoon doorheen rijden en ik was dat in eerste instantie ook van plan. Maar mijn lichaam werkt niet mee en ik ga maar op zoek naar een hotel. Er wordt me tot twee keer toe door verschillende mensen een slaapplek aangeboden, maar die sla ik beleefd af omdat ik vooral wil gaan liggen en niet eerst nog een uitgebreide theeceremonie wil doorstaan. Nadat ik twee uurtjes rust heb gepakt loop ik het stadje in en daar blijkt weinig te beleven. Negen van de tien winkels zijn dicht vanwege een stroomstoring en de restaurants die wel open zijn serveren alleen lauwe frisdrank.

2010/09/27 Midelt/ Karrandou – Na een enorm ontbijt waarbij ik niet eens de helft van de broodmand leegkrijg is het op een goed gevulde maag prima fietsen terug de bergen in. Vandaag staat de Hoge Atlas op het programma. Ik neem het tempo aan dat eerder zo goed was bevallen. Anderhalf tot twee kilometer klimmen en dan even pauzeren. De col ligt deze keer op 1907 meter en dat valt me alles mee. Hogere pieken liggen links en rechts naast me, maar daar draai ik steeds sierlijk omheen. Ergens tussen de bergtoppen in komt de totaalstand over de 5000 kilometer !!
Als ik de bergen uitfiets komen een aantal donkere wolken achter mij aan gedreven en steekt er een harde tegenwind op. Ik had een dor heet landschap verwacht aan deze kant van de bergen, maar niets is minder waar. Ik ben blij dat ik twee t-shirts aanheb en voel af en toe regendruppels in mijn nek.
Het landschap ziet er echter niet uit alsof er erg veel regen valt dus ik zal wel net het geluk hebben één van die zeldzame dagen te pakken te hebben. Het weer doet echter niets af aan de spectaculaire omgeving waar ik doorfiets, je zou zelfs kunnen zeggen dat het door de verschillende lichtinvloeden alleen maar mooier wordt!
Hier begint ook het eerste roepen om geld en cadeaus. Ik negeer de kids maar en fiets rustig verder tot ik opeens een jochie die blijkbaar goed heeft opgelet op school ‘Monsieur, donnez moi un stiletto’, met na een kleine pauze ‘s’il vous plait’ er achteraan roept. Daar wil ik nog wel even voor zwaaien, maar een pen kan hij toch nog steeds vergeten. Eind van de middag begint het steeds harder te druppelen en ik kom een Kasbah tegen langs de weg. Camperen blijkt na navraag niet te kunnen en kamers zijn wat prijzig. Maar na 75 dagen onderweg en vandaag de 5000 kilometer gepasseerd te zijn vind ik dat ik daar niet te moeilijk over moet gaan doen. ik neem de kamer en terwijl het buiten steeds harder begint te regenen krijg ik een overdadige maaltijd geserveerd.

2010/09/28 Karrandou/ Asous – Na weer een enorm ontbijt fiets ik al snel de ‘Gorges de Ziz’ in, dat is een enorme kloof tussen twee bergwanden in en doet je denken dat je midden in een eposide van Jurrasic Park terecht bent gekomen. Na de kloof kilometers lang gevolgd te hebben kom ik uit op een groot meer met helderblauw water.
Hier neem ik een lange pauze terwijl de een na de andere toerbus voorbij komt rijden.
Na het meer is het nog een kleine tien kilometer naar Er-Rachidia en daarna fiets ik nog een stuk door tot ik bij een grote oase aankom. Midden in het droge landschap zie ik in een vallei een grote groene vlakte vol met palmbomen en als er ook nog een camping blijkt te zijn tussen al het groen lijkt het me de perfecte plek voor een nieuwe nacht.
Na een lange wandeling door de ‘Palmerie’ eet ik ’s avonds gezamelijk met een fransman en twee zwitsers die ook op de camping staan een maaltijd van kip met groente en eieren en wisselen we onze reiservaringen uit..

2010/09/29 Asous/ Merzouga – Terwijl de kilometers voorbij tikken wordt het landschap steeds droger en dorrer tot ik op een gegeven moment tussen alleen maar kale vlaktes met zand en stenen fiets. Al met al is het een makkelijke tocht. De weg is vlak en het zonnetje straalt vrolijk. Ik fiets vandaag ruim 100 kilometer, maar de enigste reden dat het me de hele dag kost is omdat ik talloze keren stop om foto’s te maken of om te kletsen onder het genot van een bak koffie. Het begint meteen al goed als ik na 15 kilometer twee uur blijf zitten praten met iemand die toevallig naast me koffie zit te drinken. Bij Erfoud kom ik terug in een groener landschap en ook hier stop ik voor een koffie en een korte internetbreak. Sterre is geboren en ik kan niet wachten om de eerste foto’s te zien waarvan ik doorkreeg dat ze op de mail stonden.
Met een big smile fiets ik vervolgens door. Eerst naar Rissani waar ik wat extra water insla en door naar Merzouga wat een laatste 37 kilometer door de zandvlaktes is. Op dit stuk beginnen naast de lokale bevolking ook de toeristen opeens naar me te zwaaien en ik voel me net de koningin met de hand steeds in de lucht.
De laatste kilometers leg ik af onder de steeds lager zakkende zon en terwijl de zandduinen langzaam steeds groter worden en onderwijl continue van tint veranderen bereik ik langzaam mijn einddoel van vandaag. In de bar kom ik een Marrokaan tegen die drie jaar in nederland heeft gewoond en over twee weken weer die kant opgaat. Ik krijg bijna medelijden met de man gezien ik net heb gezien dat de herfst bij jullie al is begonnen.

2010/09/30 Merzouga – Voor vandaag heb ik een tocht de woestijn in geregeld, maar eerst fiets ik naar het dorpje Merzouga om daar wat rond te kijken. Het is lastig fietsen door het zand en regelmatig moet ik stukken lopen omdat de wielen te ver wegzakken en geen grip meer krijgen.
Bij Merzouga eindigt het asfalt en achter de huizen liggen de grootse zandduinen. Volgens de lokale legende is Erg Chebbi ooit ontstaan toen een welgestelde familie een vrouw en haar zoon geen onderdak gaven. God werd daar woest om en begroef de familie onder grote lagen zand. Erg Chebbi torent nu uit boven de dorpjes Merzouga en Hassi Labied waartussen zich een groot aantal hotels en campings hebben gevestigd, elk met een onbetaalbaar uitzicht op de woestijn.
Halverwege de middag word ik opgehaald met een dromedaris en lopen de gids, de dromedaris en ik daarop de zandduinen in. Het is een fantastische tocht van zo’n twee uur waarbij we lange tijd dwalen zonder enig leven te zien.
Op een gegeven moment komen we een andere stoet dromedarissen tegen, maar die halen we al snel in als de voorste van de rij koppig in het zand gaat liggen en niet meer opstaat. We zijn dan snel weer alleen en een stuk later doemen opeens een paar tenten op tussen twee grote zandduinen. Dit zal de slaapplek worden voor vannacht.
Terwijl de zon langzaam achter de horizon zakt zit ik alleen in de stilte te genieten van de omgeving. Mijn gids die eten kookt in de tent reken ik even niet mee en ook de dromedaris die zo af en toe wat ondefineerbare geluiden maakt zo’n 20 meter verderop laat ik buiten beschouwing. Het is super ! De stilte is overweldigend en langzaam worden duizenden sterren zichtbaar aan de hemel. Er volgt een etentje bij kaarslicht dat bijna romantisch is te noemen, ware het niet dat ik hem deel met een kerel met een zwarte baard.

2010/10/01 Merzouga – Zodra de zon opkomt zoek ik een weg tussen de sporen van de woestijndieren door naar de hoogste punt van de zandduin voor me. Een spektakel volgt en ik zou zo uren kunnen blijven zitten. Het zonnetje klimt langzaam verder en ik ga terug naar de tent voor het ontbijt, zodat we daarna op pad kunnen voor het door hitte onmogelijk wordt. Ik kijk rond vanaf mijn zetel op het schip van de woestijn en concludeer dat de duinen de afgelopen nacht van vorm en plaats veranderd lijken te zijn. Gelukkig heb ik de gids bij me die me in zo’n twee uur weer terug naar de camping brengt zodat ik een dagje uit kan rusten en nagenieten. Ik loop tegen de avond nog een rondje langs de voet van de duinen en val moe, maar voldaan in slaap in mijn knusse tentje.

2010/10/02 Merzouga/ Touroug – Ik vertek rond 7 uur uit Merzouga om de zon een beetje voor te zijn en leg de eerste 45 kilometer naar Rissani vrij makkelijk af. Na de koffie is het door naar Erfoud en vanaf daar kom ik op een nieuwe route naar het westen. Na de redelijk groene vallei van Erfoud fiets ik hier het droge landschap weer in en moet ik bij iedere passerende auto snel mijn ogen tot spleetjes knijpen vanwege de zandwolken die opstuiven. Het is inmiddels ook flink gaan waaien en daarmee wordt mijn snelheid gehalveerd. Door stug te blijven trappen bereik ik Jorg en tien kilometer verder kom ik Hjakani tegen die me iets heel bijzonders wil laten zien. We spreken allebei 3 woorden frans dus zonder enig benul volg ik hem maar een stukje van de weg waar op de vlakte een grote bult ligt. Daar blijkt een gat in de grond te zijn van 5 meter diep. Waar het precies voor dient ontgaat me ondanks de uitgebreide uitleg in het Berbers in het geheel, maar ik doe mijn uiterste best om aan te geven dat ik het fascinerend vind. Vervolgens nodigt Hjakani me uit voor de thee. Zijn huis is vlakbij en na zijn boeiende uitleg vind ik het onbeleefd om te wijgeren. Ik volg hem dus weer terug in de richting waar ik vandaan kwam en dat vlakbij blijkt uiteindelijk weer helemaal terug in Jorf te zijn..
Tijdens de thee krijg ik de halve huisraad te zien als eerst de fotoverzameling naar buiten komt, dan een verzameling stenen en fossielen en uiteindelijk een stuk meteoriet van 30 kilo. Het blijft wat lastig communiceren, maar op een gegeven moment weet Hjakani iets te vragen wat we allebei begrijpen; hoeveel kost in Nederland een kip?? En dan begint een heel rijtje.. Hoeveel kost een bord eten, een koffie, thee, een fiets, een huis, een spiegel… Wanneer we bij de prijs van een kilo geitenvlees aankomen vind ik het weer tijd om te vertrekken.
Hjakani probeerd me nog herhaaldelijk over te halen om te blijven eten en slapen. Ik wil echter nog een serie kilometers maken vandaag en daarnaast denk ik dat ik helemaal stapel wordt als ik nog een paar uur moet blijven zitten, ondertussen de talloze vliegen van me af mepppend en de prijzen noemen van wat Hjakani nog meer kan bedenken. De vliegen komen af op de dadels die in de zon liggen te drogen en ieder moment dat je stilzit komen ze in zwermem op je af.
Ik fiets dus voor de derde keer de tien kilometer na Jorf en pak daarna nog een goede 40 kilometer tot de zon weer achter de horizon verdwijnt. Ik haal tijdens het zoeken naar een geschikte campeerplek een oud mannetje in die me meteen vraagt of ik bij hem thuis wil slapen. Het wordt nu al echt bijna donker dus deze keer zeg ik geen nee en fiets ik met hem de laatste paar kilometer naar zijn huis. Hier blijkt een grote familie te wonen en het kost me moeite om de namen een beetje te onthouden. We krijgen couscous te eten en kletsen wat in een mix van frans & engels tot het tijd wordt om onder de dekens te kruipen. Mijn bed blijkt een dun matje van riet te zijn met een deken erover, maar ik ben te moe om mijn opblaasmat van de fiets te halen en slaap al bijna voor ik ga liggen.

2010/10/03 Touroug/ Ait-Ouaritane – Ik wordt vanochtend wakker van een kip die een meter naast me door de kamer begint te fladderen en als vervolgens buiten een ezel paniekerig begint te balken waardoor de halve familie naar buiten stuift besluit ik ook maar op te staan. Het blijkt dat de ezel van de buren is losgebroken en nu vriendjes probeerd te worden met de ezel hier.
Het ontbijt volgt en bestaat uit een soort pannekoeken met gestampte rode en groene pepers en smaakt voortreffelijk ! De familie probeerd me eerst nog even over te halen om een dagje te blijven, en ondanks dat het verleidelijk is heb ik toch de drang om verder te fietsen. Na een uitgebreid afscheid lijkt het door al die pepers in me op dubbele snelheid te gaan. Tot het moment dat ik een nieuwe lekke band blijk te hebben. Nummer 11 als ik me niet vergis. Ik zet de fiets aan de kant van de weg en heb het gaatje al snel gevonden gezien het stukje ijzerdraad nog op de plek des onheils zit. Terwijl ik aan het plakken ben komen vanuit het niets steeds meer jongeren in een rondje om me heen staan om te kijken welke wonderen ik aan het verrichten ben. Ook het ophangen van de tassen aan de fiets blijkt uitermate interresant. Tegen de tijd dat alles weer op de plek hangt staan er zo’n twintig man stilzwijgend te kijken. Om de stilte te breken vraag ik maar hoe ze heten en nadat we bij nummer 5 zijn ben ik de eerste naam alweer vergeten. Het maakt ook niet heel veel uit want als ik de laatste naam gehoord heb slinger ik mijn been over de fiets en rij ik weer de weg op.
Het geluk is vandaag weer met me, want in één van de meest droge stukken van Marokko krijg ik een enorme hoosbui over me heen. Dankbaar voor al dat water, doorweekt en bijna koud weet ik voor het onweer losbarst een café te bereiken waar ik in een uurtje met een paar bakken koffie even bij kan komen. Als de bui overgedreven is, is het alweer bijna het einde van de middag en moet ik nog even flink doortrappen om bij het begin van de Todra’s Gorge te komen. Ik weet na een onverwachte enorme klim de camping daar te bereiken en terwijl het donker wordt zet ik de tent op en maak daarna een enorme pan spaghetti. In het douchegebouw heb ik keuze uit 3 hokjes en ik kies uiteindelijk de middelste waar maar één grote pad in is gekropen. Na 6 pogingen het beest te verjagen heb ik eindelijk wat privacy en kan ik het zweet van de dag van me afspoelen.

2010/10/04 Ait-Ouaritane – De lucht is weer helemaal opgeklaard en het zonnetje doet zijn best om de tent een beetje op te warmen. Ik zit hier aan de rand van de woestijn en het wordt ’s nachts nog steeds erg fris. Na het ontbijt pak ik de fiets om de kloof in te fietsen. Ik laat de tent en bagage achter op de camping en fiets op mijn gemak naar het noorden. De weg voert langs de Palmerie door kleine berber dorpjes. En terwijl ik vorder begint de kloof de weg steeds meer in te sluiten. Het lijkt alsof de spanning bij iedere bocht toeneemt en tot een hoogtepunt komt op het moment dat de kloof opeens net breed genoeg is voor een helder riviertje en een smal weggetje. Aan beide zijden torenen dan de wanden tientallen meters boven mij uit en voel ik me wel heel klein.
Net na het smalste stuk is een café waar ik met en bak koffie verschillende toerbussen de kloof zie inrijden. Ik verbaas me over het feit dat de meeste een kwartiertje blijven staan en dan weer omkeren terug de Gorge uit. Dat terwijl dit toch één van de hoogtepunten van de reis moet zijn. Ik bestel nog maar een nieuwe bak koffie en fiets daarna nog een tien kilometer verder de bergen in, maar het mooiste stuk blijkt toch aan het begin te zijn en ik keer weer om en fiets terug naar de camping.
Het is inmiddels al te laat om nog verder te reizen en ik besluit om een extra nachtje aan de voet van de bergen te slapen en morgenvroeg op pad te gaan naar de volgende kloof. De Dades Gorge.

2010/10/05 Ait-Ouaritane/ Ait-Youl – De weg van de Todra’s naar de Dades Gorge blijkt uit alleen maar woestijn te bestaan. Geen zand, maar bruine aarde en grijs/ zwarte stenen met af en toe een polletje gras ertussen. Toch fietst het makkelijk doordat ik maar weinig heuvels tegenkom en de weg zelf niet zo lang geleden opnieuw geasfalteerd is. De 60 kilometer naar Boumalne Dades leg ik dan ook in nog geen drie uur af. Tijdens een korte pauze kom ik het franse stel tegen dat met de camper vannacht op dezelfde camping als mij stond. Ze staan helemaal verbaast dat ik dat stuk gefietst had en vonden het met de camper al eindeloos lijken.
Na Boumalne fiets ik tien kilometer de Dades Gorge in en ben ik toe aan een nieuwe pauze. De weg door de kloof is alles behalve vlak en het is regelmatig hard trappen de berg op. Ik stop bij een hotel voor een colaatje en de manager verteld me dat een halfboard kamer slechts 120 dirham kost. Ik was van plan om nog 15 kilometer verder te fietsen en daar een camping te pakken, maar dit is een aanbod dat ik niet kan laten schieten. €10,80 voor een prima kamer incl. diner & ontbijt.. De tajine zal later de beste blijken tot nu toe met kip, citroen, olijven en verse groentes. Dat kan ook mede zijn door de enorme trek na de ruim 100 kilometer van vandaag.
Ik leg dan na de cola dan ook snel de bagage in mijn kamer en fiets vervolgens nog eens 18 kilometer verder de kloof in tot na een stel haarspeld bochten de weg afvlakt en ik volgens de lonely planet het mooiste stuk gehad heb. Bovenaan bij het restaurant kom ik een stel italianen tegen die met de mountainbike & landrover off road een rondje door Marokko maken. Het is leuk om even ervaringen uit te wisselen, maar de meeste routes die hun genomen hebben zijn voor mij niet te doen met de bagage die ik meedraag. Ik keer de fiets weer om en rij in recordtempo grotendeels bergafwaarts terug naar het hotel. Onderweg zie ik bij een afdaling bijna tot mijn schrik ruim 60 km/h op de teller staaan en knijp ik toch de remmen maar een beetje in.. Voor het avondeten maak ik nog een wandeling naar een dichtbij gelegen waterval die naar beneden stort aan het eind van een smalle kloof.

2010/10/06 Ait-Youl/ Ouazazate – Ik word wakker en heb overal jeuk. Blijkbaar ben ik gisteren tijdens het avondeten op het terras helemaal lekgestoken of heb ik vannacht gezelschap gehad in bed. Overal waar ik kijk zie ik bultjes. De muggen zijn zelfs mijn broekspijpen ingekropen. (Zie ook de foto van 06-10; tel het aantal bulten en doe dat keer twee voor de bovenarm. Vermenigvuldig dat dan weer met 4 voor de andere arm en benen. Ik kom zelf rond de 120 uit..)
Over op een smakelijker onderwerp; het ontbijt!! Het ontbijt bestaat uit brood met honing, kaas en jam. De koffie maakt het compleet en dat alles zorgt voor een prima bodem voor de tocht van vandaag. Ik wil proberen in één keer in Ouarzazate te komen en dat ligt zo’n 120 kilometer verderop. Ik voel me echter topfit dus verwacht dat het geen probleem moet zijn. Aan de linkerkant heb ik eerst de groene bomenrij langs de rivier in de gorge en later het groene dal van de Dades vallei. Het is dan ook heerlijk fietsen met de opkomende zon en fluitende vogels. Na zo’n 40 kilometer gaat de weg verder de woestijn in en is het weer het bekende beeld van bruin zand met veel stenen. Het fietst echter allemaal prima en ik klim langzaam de heuvels in met als hoogste punt 1370 meter. Na zo’n negen uur kom ik in Ouarzazate aan en mis de camping die aan het begin van de stad moet zitten. Eenmaal in het centrum heb ik geen zin meer om terug te gaan en neem ik een kamer in hotel Royal. Wat voor acht euro inclusief ontbijt ook prima is.
Tijdens de wandeling door het centrum kom ik een supermarkt tegen die zowaar drank verkoopt en ik kan de verleiding niet weerstaan om een biertje te kopen die discreet wordt verpakt in een zwarte plastic tas. Ik maak mijn rondje af, maar kom al snel aan de rand van de stad en trek me terug op de hotel kamer om buiten het zicht stiekem mijn biertje op te drinken.
Voor de mensen die van cijfertjes houden heb ik even een lijstje gemaakt:

Dagen onderweg: 84
Aantal uren op de fiets: 364,5
Aantal kilometers gefietst: 5715
Aantal landen: 6
Lekke banden: 11
Afgevallen ketting: 6x
Grote problemen aan de fiets: 0
Gemiddeld aantal km’s per dag (incl. rustdagen): 68,0
Gemiddeld aantal km’s per dag (excl. rustdagen): 77,5
Gemiddeld aantal kilometers per uur: 15,68
Muggenbulten: 155*
Aantal keer een tapijten shop ingelokt: 4
Aantal tapijten gekocht: 0
Aantal nachten in tent: 52
Meeste aantal nachten aaneengesloten in de tent: 8
Aantal nachten wild camperen: 5
Aantal dagen zonder de fiets aan te raken: 7
Biertjes in Marokko: 5
Biertjes/ wijntjes onderweg: 30*
Aantal aanvragen voor een pen: 38 / Dirhams: 6 / Bonbons: 4
Hoogste bergpas : 2178 meter (Hoge Atlas)

Aantal kilometers in: Nederland – 185 / België – 265 / Frankrijk – 1384 / Spanje – 1781 / Portugal – 707 / Marokko tussenstand – 1349

*kan er iets naast zitten.

Mochten jullie nog suggesties hebben voor andere cijfertjes moet je het maar even laten weten en ga ik mijn best doen.

2010/10/07 Ouazazate/ Telouèt – Ik heb besloten om niet via de doorgaande weg naar Marrakesh te fietsen maar een weg tussendoor te pakken wat voor een groot deel uit piste zal bestaan. Het wordt even afwachten of het een beetje fietsbaar is, maar volgens verschillende bronnen moet het kunnen met de fiets. Zo’n 34 kilometer na ouarzazate houdt inderdaad het asfalt op en ondanks dat de snelheid er compleet uitgaat is het voorlopig nog prima te doen.
Ik kom langs de Kasbah van Ait Benhaddou. Een locatie die is gebruikt voor films als ‘Lawrence Of Arabia’, ‘Jesus Of Nazareth’, ‘Jewel of the Nile’ en meer recent ‘Gladiator’. Inmiddels op de lijst van Unesco is het één van de weinige grote oude Kashbah’s die niet in verval zijn geraakt.
De weg wordt naarmate ik vorder wel slechter maar het landschap wordt bij iedere bocht indrukwekkender. Het resulteert in één van de zwaarste dagetappes tot nu toe door één van de meest geweldige omgevingen. Het lijkt een tweede Dades Gorge met stukken die de Dades overtreffen en zonder de massa’s toeristen. Het wordt nog even flink zweten bij een berg die met haarspeldbochten tientallen meters omhoog leid en in de bochten wordt ik door het losse mulle zand gedwongen om stukjes te lopen.
Onderweg kom ik de mountainbikende italianen uit de Dades Gorge weer tegen die me tegemoetkomen net als ik een heuvel aan het opzwoegen ben. We stoppen even om te horen hoe de route voor beide kanten zover is verlopen. Misschien kom ik ze nog tegen in Marrakesh, waar ze morgen ook naartoe zullen gaan.
Het kost me de hele dag om bij Telouèt te komen en net voor het donker begint te worden lukt het me om een kamer te regelen. We zitten hier op ruim 1800 meter hoogte en het is dus weer frisjes. De tent laat ik dan ook maar mooi voor wat het is vandaag. Die zal ik later nog genoeg gebruiken..

2010/10/08 Telouèt/ Marrakesh – Laat ik beginnen met 2260 meter !! 2260 meter is de hoogte van de Tizi N’Tichka. De bergpas over de hoge atlas.
Ik maak me in Telouèt op voor een lange dag fietsen met het doel Marrakesh te bereiken voor het eind van de dag. Daarvoor moet ik nog één keer de bergen beklimmen. De eerste 20 kilometer voert me omhoog naar de hoofdweg naar Marrakesh en blijkt een flinke kluif. Eenmaal op de hoofdweg valt het klimmen me 100% mee. Had ik op de piste nog de laagste versnelling nodig, hier kan ik vaak ook met andere vooruit. Ik heb letterlijk & figuurlijk tegen deze berg opgekeken maar fiets op mijn gemak naar het hoogste punt waar ik door toeristen en Marokkanen met gejuich wordt binnengehaald.
Ik drink eerst een cola en daarna een koffie op het terras en terwijl ik daar zit raak ik aan de praat met twee australiërs die een rondje Marokko doen op de motor. Na een kwartiertje gaan ze weer verder en blijf ik nog even langer zitten om te genieten van het uitzicht. Als ik vervolgens wil afrekenen blijkt dat de Australiërs al mijn drankjes hebben betaald. Thanks !
De stormachtige wind waar ik bergopwaards weinig van gemerkt heb blijkt aan deze kant van de berg duidelijk aanwezig. Afhankelijk van de richting van de haarspeld bocht wordt ik met enorme vaart naarbeneden geblazen of moet ik zelfs bergafwaards bijtrappen om vooruit te komen. Toch kan dat de pret niet drukken. Reken maar uit: bergpas op 2260 meter, Marrakesh op 453 meter. Duidelijk dus dat ik een leuke middag had !
Onderweg kom ik voor het eerst sinds het Rif gebergte andere fietsers tegen en dat zelfs drie keer. De eerste keer zie ik alleen de fiets en besluit ik de persoon maar niet te storen bij zijn privé momentje. Daarna kom ik een Spanjaard tegen die met de eerste dag van zijn 6 daagse toer bezig is. Ik heb medelijden met hem vanwege de route die hij daarvoor heeft uitgekozen. Zie ook de foto’s. Ik had het geluk van de andere kant te komen waarbij de weg geleidelijk steeg, wat al zwaar genoeg was. Enrique staat nog heel wat steile haarspeldbochten te wachten.
Onderaan de bergen kom ik twee polen tegen die nog boven hopen te komen vandaag. Ik boor hun hoop de grond als ik de foto’s vanaf de top laat zien, die nog 50 kilometer verderop ligt.
Voor mij resten nog 60 kilometer naar Marrakesh over een vrijwel vlakke weg. Dat gaat me ook weer makkelijk af en tegen de avond kom ik aan in de ‘Ville Nouvelle’ Ik besluit hier een hotel te nemen en de drukte (lees herrie) van de medina te vermijden. Net voor Marrakesh komen de italianen weer voorbij, maar deze keer hangend en zwaaien uit de ramen van de landrover.
Morgen maar eens uitgebreid op onderzoek gaan in deze wereldberoemde stad…

2010/10/09 Marrakesh – Vanaf het hotel is het zo’n twintig minuten lopen naar de medina en het beroemde Djemaa Al-Fna plein. Ik krijg het voor elkaar om er in eerste instantie finaal langs te lopen doordat mijn aandacht wordt opgeeist door de Koutoubia moskee. Terwijl de Adhan (oproep tot gebed) door de luidsprekers galmt wandel ik verder tot ik bij het paleis uitkom en iets later bij de Saadian Tombs. Het graf van een sultan die daarvoor geen kosten uitgespaard heeft. Gouden pilaren en grote bogen van marmer maken het een indrukwekkende laatste rustplaats.
Na dit stukje geschiedenis ga ik serieus op zoek naar Djemaa Al-Fna waar ik na een klein halfuurtje aankom. Het blijkt alles te zijn wat ik erover gehoord en gelezen heb en meer. Overal waar ik kijk kom ik ogen tekort. Slangenbezweerders die al fluitend de cobra’s onder controle houden. Op hol geslagen ezelkarren. Waterverkopers die met hun mokken trucjes uithalen om je te verleiden tot een slok en de vespa’s die tussen dit alles doorscheuren. Aan de zijkanten van het plein zijn ontelbare eettentjes en café’s waar de heerlijkste geuren van naar buiten komen. Ik laat alle drukte even op me inwerken op één van de terrasjes daarvan. Na de korte pauze duik ik het doolhof van de souqs (overdekte markt) in die aan het plein grenzen en hier is zo mogelijk nog meer te zien in de duizenden verkoopstalletjes. Onder de koopwaar zijn onder andere kruiden en drankjes voor wat je ook maar dwarszit. Van hoofdpijn tot een gebroken hart er is iets voor te vinden. Maar ook de vele tapijtwinkeltjes ontbreken ook hier niet. Na twee uur slenteren kom ik glorieus en zonder tapijt in handen weer terug bij Djemaa Al-Fna, net op tijd om de vele karren het plein op te zien rijden die worden omgetoverd tot eetstalletjes.
Ik ga mijn dag budget vandaag dan ook serieus te boven door me tegoed te doen aan pizza, crepes met slagroom en andere traktaties. Dat ga ik later wel weer compenseren. Na goed gevuld te zijn loop ik terug naar het hotel en laat ik onderweg nog wat pasfoto’s maken voor het visum van Mauretanie.
Normaal ben ik niet zo van de grote steden, maar Marrakesh is een uitzondering. Het is een fantastische stad en mijn hoofd loopt over van de indrukken van vandaag.

2010/10/10 Marrakesh/ Rabat – Het grote uithangbord bij de plaatselijke fotograaf blijkt niet helemaal meer te kloppen. ‘Pasfoto’s voor identiteisbewijzen, klaar in 3 minuten’ staat er in grote letters. Nu had ik dat gisteren al in de gaten en hebben we afgesproken dat ik een dag later om 10 uur de foto’s op zou komen halen. Als ik stipt om 10 uur op de stoep sta blijkt de winkel nog gesloten en pak ik maar een bak koffie bij het restaurant er pal naast. Als zo’n 20 minuten later de deur opengaat en ik de man met een vrolijk Bonjour gedag zeg lijkt hij helemaal te schrikken.. Hij vraagt om een momentje en komt even later verdwaasd zwaaiend met de camera naar buiten lopen om meteen weer naar binnen te rennen. Even later komt hij weer naarbuiten, sluit de winkel en rent hard de straat uit.
Ik bestel nog maar een nieuwe koffie en rond 11 uur komt de beste man uiteindelijk terug op een drafje en overhandigd me de foto’s.
Ik loop daarna naar het treinstation en pak de eerstvolgende trein naar Rabat. De fiets laat ik achter bij het hotel. Zodra ik het visum voor Mauretanië heb moet ik binnen een maand bij de grens zijn en vanuit Rabat zou dat nooit lukken op de fiets. Vandaar dat ik een retourtje pak (Rabat is de de enigste plek waar ik het visum kan krijgen). Bij mij in de coupe blijkt een schilder te zitten die 12 jaar in Amerika heeft gewoond en net als mij gek is op reizen. De vierenhalf uur durende treinreis vliegt dan ook ongemerkt voorbij terwijl we het over alle bezochte en nog te bezoeken landen hebben. Aangekomen in Rabat stoppen we bij een restaurant voor het diner en gaan nog even bij zijn studio langs. Daarna ga ik op zoek naar een hotel en spreken we af om morgen tussen de visa aanvraag door (’s ochtends aanvragen, ’s middags ophalen) samen nog te lunchen bij het café om de hoek van het hotel.

2010/10/11 Rabat/ Marrakesh – Ik ben al vroeg wakker maar omdat de ambassade van Mauretanië pas om negen uur open gaat, ga ik eerst uitgebreid ontbijten voor ik de taxi pak. Als ik aankom is er al een rij mensen druk aan het schrijven op de formulieren die ik gisteren al van internet heb geprint en ingevuld. Ik heb dan ook al snel mijn paspoort ingeleverd en krijg de mededeling dat ik hem om twee uur ’s middags weer kan ophalen.
Ik ontmoet Ibrahim bij het afgesproken café en hij laat me zijn foto’s zien van verschillende Marrokaanse dorpen en steden, maar ook foto’s uit o.a. Mexico waar hij later schilderijen van heeft gemaakt. Zijn schilderijen zijn ook echt goed ! Na de lunch is het retour naar de ambassade en sluit ik achter zo’n 40 voorgangers aan in de rij. Het verloopt allemaal vlotjes en de één na de ander komt met zijn paspoort het hokje uit lopen. Ook als ik aan de beurt ben heb ik binnen twintig seconden mijn paspoort terug met een gloednieuw Mautariaans visum erin.
Het aftellen is nu begonnen en vanaf vandaag heb ik 30 dagen om terug naar Marrakesh te gaan en van daaruit de 1600+ kilometer door de Westelijke Sahara naar de grens te fietsen. Ik drink nog een afscheidsborrel met Ibrahim. Marrokaanse whiskey zoals het hier genoemd wordt. De groene thee met mint en grote hoeveelheden suiker.. En stuiter weer naar het station toe.
Ook in Marokko blijkt dat de treinen niet altijd op tijd rijden en met een uur vertraging stap ik in de trein naar Marrakesh. Het is inmiddels al kwart over zes ’s avonds wat betekend dat ik rond kwart voor elf zal aankomen. Ik hoop dat het hotel waar mijn fiets staat dan nog open is anders moet ik op zoek naar wat anders.. Na twee dagen treinen heb ik enorme zin om weer op de fiets te stappen!

2010/10/12 Marrakesh/ Sidi-Moktar – Het weerzien gisternacht met mijn fiets was vreugdevol en het is fijn om de pedalen weer rond te laten draaien. Marrakesh uitrijden gaat vrij soepel. De weg is goed aangegeven en er zijn hier en daar zelfs wat fietspaden aangelegd die dan wel weer in zo’n slechte staat zijn dat je beter tussen het drukker verkeer op de gewone weg kan fietsen. Buiten de stad volgt een lange grotendeels vlakke weg naar de kust. Het wordt echter nog flink ploeteren vanwege de enorme wind die hier over de vlakte waait. Die komt uit het westen dus ik moet er recht tegenin. En op de vlakke weg waar ik normaal gesproken zonder moeite half in de twintig kan koersen kom ik nu vaak niet sneller vooruit dat zo’n tien kilometer per uur. Ik hou het er maar op dat het de frisse zeewind is waar ik tegenop fiets en trap stug door. Het lukt me om voor de zon onder gaat net voor Sidi-Moktar te komen en dat is minder ver dan ik had gehoopt, maar ik moet het er maar mee doen. Langs de weg zie ik een verlaten half ingestort gebouw met een muur eromheen die op één punt compleet verdwenen is. Dit blijkt een ideale plek om de tent op te zetten. Buiten het zicht van de weg en met beschutting tegen de wind. Ik maak mijn maaltje terwijl het donker wordt en stap al vroeg de slaapzak in.

2010/10/13 Sidi-Moktar/ Essaouira – De wind van gisteren is overgegaan in een licht briesje en terwijl de zon langzaam opkomt pak ik mijn spullen in en zit even na zes uur weer in het zadel. Ik wil zo vroeg mogelijk in Essaouira aankomen zodat ik ’s middags nog door het stadje kan struinen. Essaouira is een plek waar artiesten, schilders en kunstenaars, waaronder Jimi Hendrix in de jaren 60, naartoe komen om inspiratie op te doen voor hun werk.
Na nog geen drie kilometer zie ik tot mijn verbazing dat er al een restaurantje open is en ik stop voor een ontbijtje. Het fietsen gaat zonder de tegenwind vanzelf en langzaam zie ik hier en daar wat bomen aan de horizon verschijnen. Ook kom ik hier de eerste Argan bomen tegen. De olie die van de vruchten gemaakt wordt is beroemd om zijn exotische nootachtige smaak en wordt overal ter wereld in dure gerechten gebruikt. Hier dip ik er echter mijn brood in tijdens het ontbijt wat ook prima smaakt.
Het lukt me om voor het begin van de middag de kust te bereiken en nadat ik een hotel heb geboekt loop ik al snel het stadje in. De verdedigingswal die vol staat met oude kanonnen blijkt een ideale plek om een tijdje te hangen en naar de op de kust beukende golven te staren. Ook het stadje zelf is erg gezellig met de vele souvenir winkeltjes en leuke terrasjes. Het wordt een middagje heerlijk relaxen.

2010/10/14 Essaouira/ 10 km na Tamanar – Ik had nog wel een dagje willen blijven maar met het visum van Mauretanië in het achterhoofd ga ik toch maar op pad. Ik neem nog een uitgebreid ontbijt op het dakterras met fantastisch uitzicht over zee, waarbij ik tot twee keer toe net gespaard blijf voor een bombardement van overvliegende zeemeeuwen. Ik maak me op voor een dagje makkelijk toeren. Maar daar vergis ik me even in. Ik moet de uitlopers van de Hoge Atlas bergen nog over en de weg gaat over heuvel, na heuvel, na heuvel. Op een gegeven moment zie ik op de kaart dat ik weer op zo’n 400 meter hoogte zit en denk ik dat dat dan wel het hoogste punt zal zijn, maar weer volgt heuvel, na heuvel, na heuvel. Ik moet toch eens wat beter op de kaart gaan kijken in het vervolg… De omgeving is echter wel prachtig dus dat maakt de trage voortgang weer goed.
Tijdens de koffiestop word ik door een bij die klem raakt tussen mijn slipper en voet gestoken, wat me de rest van de ochtend een pijnlijke voet oplevert.
Terwijl ik weer een heuvel opfiets zie ik opeens wat bewegen bovenin de boom schuin voor me. Ik kijk automatisch weer naar de weg oplettend voor gaten tot mijn hersenen registreren wat ik daarnet zag. Een geit! Bovenin een boom! Ik draai mijn hoofd weer naar de rechts en zie dat er zeker een stuk of vier door de takken manouvreren tot de hoogste takken aantoe. Ik stop en terwijl ik wat foto’s maak komt de herder lachend naar mij toe en kan maar niet begrijpen waarom ik foto’s van zijn geiten maak.. Voor hem is het misschien dan wel de gewoonste zaak van de wereld dat zijn geiten in de Argan bomen klimmen om ook de noten van de bovenste takken te pakken te krijgen. Voor mij is het echter vrij bijzonder en tevens lachwekkend als één van de geiten uit de boom valt, op alle vier zijn poten terecht komt en meteen weer dezelfde boom inklimt..
Aan het eind van de middag kom ik een duitser tegen met een zelfgemaakte truck die al eerder tochten door Afrika heeft gemaakt en ik blijf dan ook veel te lang zitten. Als de zon al laag aan de hemel staat begrijp ik dat mijn plan om de kust weer te halen vandaag in het water valt en ik besluit nog een uurje door te rijden en zoek voor het donker wordt een plekje om te kamperen. Bij een zijweggetje zie ik een geschikte plaats tussen een serie argan bomen en zet ik de tent op voor de nacht.

2010/10/15 10 km na Tamanar/ Agadir – Ik word ‘gesnapt’ door een paar vrouwen terwijl ik mijn spullen aan het inpakken ben en die installeren zich zonder een woord te zeggen zo’n tien meter verderop onder een boom om eens goed te kijken wat ik allemaal uitspook. Ik zwaai nog even maar ook dat levert geen duidelijke reactie op, dus ga ik maar verder met inpakken alsof er niets aan de hand is. Eenmaal weer op de route is het nog zes kilometer tot ik weer een glimp opvang van de zee en twaalf kilometer plus een flinke heuvel tot ik er ook echt naast fiets. De rest van de dag fiets ik voor het grootste deel met het gezicht naar rechts gericht door de heuvels langs de kust. Door de koffiepauzes en picknick op één van de kliffen ben ik de hele dag onderweg om in Agadir te komen. Ik weet daar een goedkoop hotel te vinden en leg in de kamer het tentzeil te drogen dat door de vochtige lucht van vannacht nog zeiknat was. Niet helemaal pracktisch blijkt dat als ik de kamer vervolgens uitloop en bijna op mijn snuffel ga doordat ik tussen de touwtjes ben blijven hangen..
Ik loop nog een rondje door Agadir, maar het strand is hier minder indrukwekkend dan wat ik eerder vandaag al heb gezien en daarnaast begin ik mijn voet steeds meer te voelen. Bij nadere inspectie blijkt hij enigzinds gezwollen te zijn op de plek van de bijensteek. Gek, want ik ben wel vaker gestoken door bijen zonder daar echt last van te hebben. Ik ben blijkbaar nog niet gewent aan alle Marrokaanse invloeden, gelukkig heb ik nog zo’n 1500 kilometer te gaan hier …

2010/10/16 Agadir/ Mirleft – Het verbaast me hoe groot Agadir is. Na 12 kilometer fiets ik nog steeds door de bebouwing en drukte van de stad en bij kilometer 13 gaan de huizen over in een nieuw dorp.
De weg is vandaag vlak en het schiet lekker op, waardoor ik halverwege de middag na 90 kilometer in Tiznit aankom. Dat had ik in eerste instantie als eindpunt bedacht, maar ik heb nog energie over en ik heb een alternatieve route op de kaart ondekt wat wel een omweg betekend, maar me terug voert naar de kust over wat kleine wegen. De drukte op de hoofdweg begon me vandaag op mijn zenuwen te werken gezien bijna elke passant toetert. Hetzij om te groeten (3-4 x kort), me te waarschuwen (1-2 x kort) of me van de weg te drukken (aanhoudend lang). Het blijkt dan ook een verademing om de rustige route te fietsen met als voornaamste geluid het breken van de golven naast me. Na Guelmim zal ik waarschijnlijk overmorgen de hoofdweg naar het zuiden weer oppakken, maar ik verwacht dat het vanaf daar een stuk minder druk zal zijn op de weg.
Vandaag rij ik nog door naar Mirleft langs een schitterende kust met grote kliffen en witte verlaten standen. Ik kom tegen het vallen van de avond aan en vind onderdak bij een engelse dame die één van haar kamers thuis verhuurd aan reizigers.

2010/10/17 Mirleft/ Goulmim – Na een goede nacht bij Brenda waarbij ik maar één keer wakker word door de nog steeds jeukende, maar inmiddels niet meer opgezwollen voet maak ik me klaar om naar Goulmim te fietsen. Na twintig kilometer kom ik bij Legzira Plage. Een strand met twee indrukwekkende natuurlijke steenbogen. Ik stop daar een uurtje om wat rond te wandelen en van de zee te genieten voor ik de fiets weer de heuvel opduw en verder op weg ga naar Goulmim.
Dat valt me nog tegen. Ik had verwacht de 80-90 kilometer van vandaag wel eventjes erdoor te knallen, maar er zitten een paar flinke heuvels tussen waarbij de snelheid regelmatig tot onder de 5 km/h komt. Ik had deze keer wel op de kaart gekeken en weet dat dit het staartje is van de Anti Atlas met toppen die tussen de 800 en 900 meter liggen. Vaak loopt de weg echter daar in de dalen tussendoor, maar vandaag waren er geen dalen te bekennen. Ik ben even bang dat ik Goulmim niet meer ga halen voor het donker, maar kort daarna peddel ik over de laatste heuvel en is het de laatste twintig kilometer voornamelijk met grote snelheid heuvelaf. Ik knijp nog even hard in de remmen als ik een enorme schorpioen de weg over zie steken, wat nog wel een korte stop waard is.
Goulmim wordt ook de ‘Getaway to the Sahara’ genoemd. Vroeger een belangrijke handelsplaats op de karavaanroutes nu een slaperig stoffig stadje. Hier is het dat ik me opmaak voor de tocht door de Sahara met morgen een eerste stuk Hammada (woestijn vol stenen) van 120 kilometer naar het volgende dorpje Tan Tan.

2010/10/18 Goulmim/ Tan Tan – De weg naar Tan Tan is niet zo vlak als je zou verwachten van een woestijn. Een aantal flinke heuvels volgen elkaar op gepaste afstand op en zelfs het waarschuwingsbord ‘let op steile klim’ komt een aantal keer voor. Maar het zijn niet de heuvels of de weg die het moeilijk maken vandaag. De woestijnwind waait hier op volle kracht en bij vlagen word ik gezandstraald. Ook is het lastig het achteropkomend verkeer te horen door het constante geluid van de wind die in de oren blaast. Ik word dan ook verschillende keren opgeschrikt door een vrachtwagen die al halverwege een inhaalpoging is. Wel leuk zijn de vele grondeekhoorntjes die links en rechts van de weg schieten als ik langskom.
Voor vandaag is er een nieuwe indeling voor de bagage gemaakt en de dagrugzak die altijd achterop lag mag nu aan het stuur hangen zodat ik achter ruimte heb voor een aantal anderhalve liter flessen water. Ik neem ruim genoeg mee voor de af te leggen 120 kilometer. Dat blijkt achteraf niet nodig te zijn geweest omdat ik twee keer een café tegen kom waar ik kan pauzeren. Ik kom dan ook met nog zo’n vijf liter water achterop uiteindelijk aan in Tan Tan.
Aan het begin van het stadje moet ik bij het checkpoint voor de eerste keer mijn paspoort laten zien, er wordt snel even doorheen gebladerd en zelfs niet gestopt bij de binnenkomst stempel van Marokko. Wel weten ze me te melden dat er een uur eerder een franse fietser langs is gekomen, die enorm vermoeid was en verder wilde gaan met de bus. Dat kan een trucje zijn geweest om gezeur te voorkomen dus ik zal morgen eens uitkijken of ik nog zo’n malloot over de weg zie rijden.

2010/10/19 Tan Tan/ Sidi Akhfennir – Regen ?!? Ja het regent als ik opsta en mijn fiets inpak. Regen in de Sahara, weer zo’n mazzeltje. Tijdens het nadruppelen ga ik op weg en terwijl ik Tan Tan uitfiets word ik tot staan geroepen door een meneer langs de weg. Hij verteld me dat nog geen tien minuten geleden een andere fietser voorbij is gekomen. Ik bedank hem hartelijk voor de informatie en rij snel weer door. En inderdaad net buiten het stadje zie ik iemand zijn regenpak uittrekken. Het blijkt Lars uit Rotterdam te zijn en we fietsen samen de rest van de dag op. Lars is onderweg naar Kaapstad en de gesprekken, af en toe onderbroken door voorbij snellende truckers, zijn een leuke afwisseling na al die weken alleen te hebben gefietst. De wind werkt redelijk mee en behalve drie rivierbeddingen waarbij we eerst naar beneden zoefen en vervolgens weer een stuk omhoog klimmen is de weg mooi vlak. De weg loopt pal langs de kust en we fietsen langs kliffen waarop vele vissers met hun hengels staan. De 115 kilometer naar Sidi Akhfennir lijkt bijna moeiteloos voorbij te zijn gegaan. We doen hier wat inkopen en zetten een paar kilometer na het dorp onze tenten op bij een vlak stukje niet ver van de zee.

2010/10/20 Sidi Akhfennir/ 10 km na Tarfaya – Ook vandaag rijden Lars en ik samen op. We spreken niets af het gaat vanzelf. Weer is het bewolkt maar het blijft bij twee/ drie druppels en in de loop van de ochtend trekt de bewolking open zodat we toch weer van het zonnetje kunnen genieten. Zolang we fietsen is er met het zeebriesje erbij niets aan de hand, maar bij stilstand voel je de zon flink branden. Na 35 kilometer komen we een winkeltje tegen dat alleen eieren verkoopt maar we kunnen hier wel onze waterflessen bijvullen. Ondanks dat we nog ruim genoeg bij ons hebben gooi ik alles weer vol. Je weet maar nooit. We krijgen thee met koekjes aangeboden die we dankbaar aanvaarden. We vervolgen onze weg en vanaf begin van de middag begint het echt op de Sahara te lijken met zandduinen links en rechts van de weg. Na 65 kilometer komen we opeens een restaurant tegen en in plaats van het droge brood van gisteren trakteren we ons op een vis Tajine die al heel snel achter de kiezen verdwijnt. Hierna is het nog een 30 kilometer naar Tarfaya waar we de voorraden bijvullen. Vervolgens draaien we eindelijk weer naar het zuiden en knallen we nog een kilometer of tien met de wind in de rug de woestijn in waar we ons kamp opslaan voor de nacht.

2010/10/21 10 km na Tarfaya/ Laayoune – We zitten net na zonsopkomst weer op de fiets en leggen de 90 kilometer naar Laayoune in snel tempo af. Onderweg komen we de eerste kuddes dromedarissen tegen. Bij Goulmim stond al een waarschuwingsbord maar nu pas zien we ze met regelmaat langs de weg zwerven.
De begroeiing lijkt steeds lager en schaarser te worden en de woestijn steeds platter. We beginnen met een onbewolkte lucht maar in de loop van de ochtend vormen er zich toch wat wolkjes die zo nu en dan voor wat welkome schaduw zorgen. Ergens rijden we de grens van Marokko met de Westelijke Sahara over, maar omdat Marokko het gebied als hun grond beschouwd komen we geen grenspost of zelfs maar een bord tegen.
Zo’n beetje op de helft van de weg komt er van twee kanten verkeer aan. Van voor een vrachtwagen en van achter een mercedes. Tot nu toe waren de chauffeurs erg netjes op deze weg maar nu wil de mercedes hem er toch tussen drukken. Ik voel het al aankomen als ik merk dat hij toch gaat inhalen en duik de berm in. Ik ben echter net te laat en zijn buitenspiegel knalt tegen mijn stuur en in mindere mate mijn hand aan. Lars kan gelukkig wel op tijd de berm induiken. Doordat de spiegel van de auto inklapte is er gelukkig geen schade behalve een iets pijnlijke hand, maar ook dat is nu aan het eind van de dag niet meer voelbaar. De chauffeur stopt wel heel netjes om zijn verontschuldigingen aan te bieden, maar ik negeer hem grotendeels. Door de adrenaline schok sta ik nog even na te trillen op mijn benen. De rest van de weg leggen we af zonder incidenten en hoeven we alleen een aantal keer aan de kant voor enorme kollonnes met politie & legervoertuigen.
Het is duidelijk dat we ons hier in betwist gebied bevinden. Na de vele voertuigen onderweg moeten we ook door twee checkpoints voor we Laayoune binnen kunnen rijden. De Westelijke Sahara is volgens de VN geen onderdeel van Marokko, maar de Marokkanse regering doet er alles aan om het wel zo te laten lijken. Zo is er ondermeer een biljoen dollar in de opbouw van de stad gestoken om de bewoners bij een ooit beloofd referendum voor aansluiting bij Marokko te laten kiezen.
In de stad zoeken we een hotel en doe ik nog even de was zodat ik morgen van een relaxte vrije dag kan genieten. De afgelopen dagen heb ik goed doorgereden en ik hoef me nu minder druk te maken over het verlopen van het mauretaanse visum.

< Spanje | Westelijke Sahara >

Alle foto’s van dit deel van de fietsreis.

Feestdagen: 3 maart – Troonfeest, 14 augustus – Oued ed-Dahab, 20 augustus – Viering van de Volksrevolutie, 18 november – Onafhankelijkheidsdag.

Your Window To The World