De geschiedenis van ambachtelijke schilders
Sinds anderhalf jaar is in het Museum Elburg ook het Schildersmuseum gevestigd. Anton van Wezep, nazaat van een Elburgse familie met een schildersbedrijf, schreef er voor de oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop een boekje over onder de titel Huisschilders van Elburg.
Om in het schildersmuseum te komen moet je door de kelder van het museum om vervolgens via steile trapjes omhoog te klimmen naar de zolder van het museum. Onderweg kom je door de kapel, waar prachtige Secco’s te zien zijn van Sint Christoffel, Sint Catharina en Sint Thomas. Een secco is een schildering die op een droge ondergrond is geschilderd – dit in tegenstelling tot een fresco, dat in natte kalk is geschilderd. De secco’s zijn ontdekt door huisschilder Lammert Weijenberg, toen hij in 1948 de opdracht kreeg om het trappenhuis van de bovenwoning aan de Vischpoortstraat 3 te witten. Verschillende deskundigen kwamen op de ontdekking af, maar omdat er geen geld voor restauratie was maakte Weijenberg tekeningen van zijn vondst.
De schilderingen werden afgedekt met enkele platen board. Dat was de redding, want na een brand in het pand in 1954 was er opnieuw belangstelling voor de schilderingen die gespaard waren gebleven. De eigenaar van het pand schonk de muurschilderingen aan de gemeente. Omdat de schilderingen op droge ondergrond waren geschilderd kon men ze vervolgens stukje bij beetje lospeuteren en op ander materiaal weer vastzetten. In 1993 werden ze in de kapel van het museum aangebracht. Waarschijnlijk dateren de afbeeldingen uit het einde van de veertiende eeuw.
Restauratie
Anton van Wezep is secretaris van de Stichting Schildersmuseum met ook een vestiging in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Nadat hij het boekje over de Elburgse schilders heeft geschreven ontstond het idee om er ook een museum van te maken. Hij voerde gesprekken met de Stichting Museumstad Elburg en het Museum Elburg en zo kwam het idee om de zolder van het museum op te ruimen en in te richten als schilders museum. De vitrinebakken werden gemaakte door leerlingen van het Nuborgh college, die op deze manier kennis konden maken met het museum. In de reguliere opleiding voor schilders is een vervolgopleiding die zich richt op het restaureren van schilderwerk. Binnenkort wordt de diploma-uitreiking van deze opleiding dan ook hier georganiseerd. Anton vertelt: ‘Er is veel belangstelling voor die opleiding, vooral bij meisjes. Maar de belangstelling is groter dan de behoefte.
Vroeger was het zo dat je schilder moest worden als je goed kon tekenen. Dus de meest creatieve mensen werden schilder. We spreken dan van ambachtelijke schilderkunst. Ik ben zelf met een schilders achtergrond opgegroeid. Mijn vader had met drie broers een schildersbedrijf, waarin ook neven werkten. Omdat mijn vader mij stimuleerde om te studeren ben ik niet in het schildersbedrijf gestapt, maar heb de lerarenopleiding gedaan. Ik heb vervolgens bij de verfindustrie en bij een landelijk opleidingsorgaan gewerkt, bijscholing voor schilders gegeven en leerlingen begeleid. Later ben ik me gaan toeleggen op onderwijs- en arbeidsmarktontwikkelingen en het ontwikkelen van leermiddelen. In eerste instantie werden leermiddelen door docenten zelf gemaakt, maar omdat het voor een vakman vaak moeilijk is zich te verplaatsen in het niveau van een beginnende leerling, werd daar meestal ook een onderwijskundige bij gehaald. Later heb ik ook lesprogramma’s geschreven voor bijvoorbeeld stukadoors, glaszetters en schoonmakers.’
Vliegend hemd
Op de zolder van het museum is een schilderswinkel te zien, zoals die in vroeger tijden ingericht was. Op de kasten zitten dikke lagen verf: men werkte met lichte en donkere kwasten en als men dan een nieuwe kleur moest hebben werden de kwasten uitgestreken op het meubilair. Zo ontstonden dikke lagen verf die soms in generaties werden opgebouwd. Er liggen stukken afgestoken verfblokken, waarin je in de doorsnede de kleuren van generaties op elkaar gestapeld kunt zien. Het dikste stuk meet wel 21 centimeter. Overalls kende men vroeger nog niet, schilders werkten in lange witte hemden, zoals er nu een over een stoel in de winkel is gedrapeerd.
Schilder Deetman (overleden in 1972) werd Vliegend hemd genoemd, omdat hij altijd gehaast door de stad reed in zijn schildershemd dat achter hem aan wapperde. In het Elburg van toen kende men mensen vaak alleen bij hun bijnaam. Cees de Kleppe – zijn achternaam was eigenlijk Nagelhout – was daarvan een ander voorbeeld. Hij kreeg die bijnaam omdat hij een vader had die erg veel praatte (‘klepte’). In de tijd dat de Zuiderzee werd afgesloten door de afsluitdijk schoolden een aantal visserszonen zich om naar het vak van huisschilder. De jonge Cees de Kleppe bivakkeerde dagelijks tussen de vissers en botters en leerde zodoende de kunstschilder Jos Lussenburg kennen. Hij was zeer onder de indruk van diens schilderijen, bleek zelf een aanleg voor tekenen te hebben en werd dus huisschilder.
Schilderwerk werd ook op de Botters van de vissers uitgevoerd. De deur naar het vooronder werd beschilderd met rood-wit-blauwe driehoekjes, die als alternatief voor een vlag dienden. Ook werd een Bijbeltekst op de deur geschilderd, zoals op de deur die in het museum staat: ‘Vrees de Zee en prijs Uw God Is des Zeemans eerst Gebod’.
Kasboek uit 1900
Schilders maakten in die tijd hun eigen verf en dat deden ze in de wintermaanden als er in de buitenlucht toch niet geschilderd kon worden. Daarvoor werd gebruik gemaakt van een verfmolen. Het met de hand bedienen daarvan was zwaar werk en vaak de taak van de leerling schilder. ‘Recent vonden we een kasboek van een schilder uit 1900,’ vertelt Anton van Wezep, ‘We konden zo achterhalen dat de schilders hun rekeningen voor het werk pas aan het eind van het jaar verzonden. Dat deed men om te voorkomen dat de klant dacht dat het bedrijf in geldnood zat, wat als een schande werd gezien. De meeste schilders durfden hun rekening niet eerder te sturen. Ook viel het op dat in de kasboeken vooral de bijnamen van klanten stonden. Soms was de echte naam niet eens bekend.’
In het museum wordt de huisschilder ook als een soort alleskunner gepresenteerd die diverse technieken beheerst en specialisaties kent, zoals hout- en marmerimitaties, vergulden en verzilveren, glas in lood technieken en rijtuigschilderen.
Meer info: schildersmuseum.nl
Door: Greet Kappers














